Vooruit.brussels eist doorbraak in dossier jeugdhulp

“Brussel kan zich geen nieuw uitstel permitteren”

Nu Brussel een regering in volle bevoegdheid heeft, vraagt Vooruit.brussels de bevoegde ministers om eindelijk werk te maken van het samenwerkingsakkoord rond jeugdhulp en jeugdbescherming. Dat akkoord is noodzakelijk om de Brusselse ordonnantie uit 2019 volledig uit te voeren, maar laat al meer dan vijf jaar op zich wachten. Brussels Parlementslid Ilyas Mouani (Vooruit.brussels) vroeg de regering daarom donderdagavond tijdens de commissie Gezondheid van het Brussels parlement om duidelijkheid: “Jongeren die ernstige feiten plegen hebben nood aan begrenzing én begeleiding.”

“Al jaren krijgen we dezelfde signalen van magistraten, jeugdrechters en hulpverleners”, zei Brussels parlementslid Ilyas Mouani (Vooruit.brussels) donderdag tijdens de commissie Gezondheid van het Brussels parlement. “De beslissingen zijn genomen, maar de uitvoering blijft uit. Dat terwijl de sector al jaren op tafel klopt en om hulp roept. Jongeren die ernstige feiten plegen hebben nood aan begrenzing én begeleiding. Brussel moet eindelijk doen wat het zelf al jaren belooft.”

Lopende zaken

Volgens Mouani heeft de regering geen reden meer om het dossier verder voor zich uit te schuiven. Tijdens de hele vorige legislatuur bleef het samenwerkingsakkoord onafgewerkt. Nu de Brusselse regering over haar volle bevoegdheden beschikt, verwacht hij dat het dossier prioritair wordt behandeld.

Mouani, die zelf een achtergrond in jeugdwerk heeft, wilde daarom weten waar het samenwerkingsakkoord vandaag concreet staat, welke onderdelen nog geblokkeerd zijn en tegen wanneer de regering het akkoord wil afronden. “Dit dossier ligt mij nauw aan het hart. Na meer dan vijf jaar stilstand is het tijd om vooruit te gaan.”

Vlaanderen

Daarnaast vroeg het Vooruit.brussels-parlementslid welke gevolgen de recente hervorming van de Vlaamse jeugddelinquentieaanpak heeft voor Brussel en hoe de Brusselse regering de samenwerking met de bevoegde partners zal organiseren, onder meer rond capaciteit, plaatsingscriteria en opvolging.

“We kunnen dit niet langer klasseren in het vakje van institutionele complexiteit. Sinds 1 januari 2026 zijn belangrijke bevoegdheden rond jeugddelinquentie, waaronder de gemeenschapsinstellingen en het Vlaams detentiecentrum, overgeheveld naar het Agentschap Justitie en Handhaving. Dat is niet zomaar een administratieve verhuis. Dat is een verschuiving in aansturing, prioriteiten en partners. En als Brussel afhankelijk is van Vlaamse capaciteit en afspraken, dan heeft dat rechtstreeks gevolgen voor onze samenwerking”, besloot hij.